Wat is een SCIOS Scope 8(PI) inspectie?
1. Inleiding
Een SCIOS Scope 8(PI*) inspectie is een onafhankelijke, periodieke veiligheidsinspectie van elektrische installaties in bestaande gebouwen. Het doel van deze inspectie is het vaststellen of de installatie veilig is voor gebruik en geen onaanvaardbare risico’s oplevert voor personen, dieren of goederen. Scope 8 richt zich voornamelijk op elektrische veiligheid en niet specifiek op brandrisico’s (dat valt onder Scope 10).
De inspectie wordt uitgevoerd volgens het SCIOS Inspectieschema Scope 8PI, in combinatie met relevante normen zoals NEN 1010, NEN 3140 en de van toepassing zijnde SCIOS Informatiebladen (IB’s). Voor de classificatie en opvolging van afwijkingen wordt expliciet gebruikgemaakt van SCIOS Informatieblad IB-22 – Classificatie van afwijkingen.
*(PI=periodieke inspectie)
2. Doel van een Scope 8PI inspectie
Het primaire doel van een Scope 8PI inspectie is:
· Het vaststellen van de veiligheidstoestand van de elektrische installatie
· Het signaleren van gebreken en afwijkingen die kunnen leiden tot gevaar
· Het beperken van risico’s zoals:
o Elektrocutie
o Kortsluiting
o Oververhitting
o Uitval van installaties
· Het voldoen aan wettelijke zorgplichten (zoals Arbowet en Burgerlijk Wetboek)
· Het leveren van objectieve informatie voor verzekeraars, eigenaren en gebruikers
3. Wettelijk en normatief kader
Een Scope 8 inspectie is niet expliciet wettelijk verplicht, maar vloeit voort uit:
· Arbowetgeving (zorgplicht werkgever)
· Burgerlijk Wetboek (aansprakelijkheid eigenaar/gebruiker)
· Verzekeringseisen (vaak verplicht gesteld in polisvoorwaarden)
Relevante normen en documenten:
· SCIOS Inspectieschema Scope 8
· SCIOS Informatieblad IB-22 – Classificatie van afwijkingen
· NEN 1010 – Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties
· NEN 3140 – Bedrijfsvoering van elektrische installaties
· NEN-EN 61439
· NEN-EN 60204
· Fabrikantvoorschriften
· Eventuele projectspecifieke eisen
4. Reikwijdte van de inspectie
4.1 Wat valt onder Scope 8
De inspectie heeft betrekking op de vaste elektrische installatie, waaronder:
· Hoofdverdeelinrichtingen
· Onderverdelers en groepenkasten
· Regelkasten
· Schakelaars, wandcontactdozen en aansluitpunten
· Vaste bekabeling en leidingen
· Beveiligingen (zekeringen, installatieautomaten, aardlekschakelaars)
· Aarding en vereffening
4.2 Wat valt buiten Scope 8
De volgende onderdelen vallen niet onder Scope 8:
· Losse elektrische arbeidsmiddelen (dit valt onder NEN 3140/ Scope 9 inspecties)
· Brandveiligheidsaspecten (Scope 10)
· Gebruikersgedrag
5. Inspectiegegevens en installatiegegevens
Dit hoofdstuk bevat de basisgegevens die van belang zijn voor de uitvoering en interpretatie van de SCIOS Scope 8 inspectie.
5.1 Algemene installatiegegevens
· Naam opdrachtgever
· Inspectieadres
· Type gebouw / gebruiksfunctie
· Bouwjaar installatie (indien bekend)
· Inspectiedatum
· Inspecteur
· Referentie inspectierapport
5.2 Gegevens van de netaansluiting
De onderstaande gegevens van de netaansluiting zijn relevant voor het beoordelen van de veiligheid, belastbaarheid en beveiliging van de elektrische installatie:
· Netbeheerder
· Aansluitnummer (EAN-code)
· Aansluitwaarde (bijv. 1×25 A, 3×25 A, 3×63 A)
· Nominale netspanning (bijv. 230 V / 400 V)
· Netstelsel (TN, TT of IT)
· Type aansluiting (eenfasig / driefasig)
· Plaats van de hoofdaansluiting / hoofdmeterkast
· Hoofdzekering(en) (type en waarde)
· Aanwezigheid en type hoofdschakelaar
Indien deze gegevens niet volledig beschikbaar zijn, is dit vermeld in het inspectierapport en is de beoordeling uitgevoerd op basis van de zichtbaar aangetroffen situatie.
6. Uitvoering van de Scope 8 inspectie
De inspectie bestaat uit drie hoofdonderdelen:
6.1 Visuele inspectie
Tijdens de visuele inspectie wordt beoordeeld of de installatie:
· Deugdelijk is aangelegd
· Geen zichtbare beschadigingen vertoont
· Correct is gemonteerd en bevestigd
· Voldoende is beschermd tegen aanraking
· Juist is gemarkeerd en geïdentificeerd
Voorbeelden van aandachtspunten:
· Open verdeelinrichtingen
· Losse of beschadigde bedrading
· Ontbrekende afdekkingen
· Onjuiste of ontbrekende coderingen
6.2 Metingen en beproevingen
Afhankelijk van de situatie worden metingen uitgevoerd, zoals:
· Isolatieweerstandmetingen
· Doormeten van beschermingsleidingen
· Controle van aardlekschakelaars
· Vaststellen van correcte beveiligingsinstellingen
Metingen worden uitgevoerd met gekalibreerde meetapparatuur.
6.3 Beoordeling
De resultaten van de visuele inspectie en metingen worden getoetst aan:
· SCIOS Scope 8 eisen
· NEN 1010 / NEN 3140
· Algemeen aanvaarde veiligheidsprincipes
Afwijkingen worden vastgelegd en geclassificeerd.
7. Classificatie van constateringen (rapportagetekst – conform SCIOS IB‑22)
Tijdens de SCIOS Scope 8 inspectie zijn constateringen (gebreken, afwijkingen en defecten) vastgesteld. Deze constateringen zijn geclassificeerd conform SCIOS Informatieblad 22 (IB‑22). De classificatie is opgenomen in het inspectieverslag, conform de eisen uit IB‑22.
De classificatie volgens IB‑22 bestaat uit vier niveaus, aangeduid met nummer, kleur en term. De classificatie geeft inzicht in de ernst van de constatering en vormt de basis voor de te nemen actie. Vermelding van de groep (A t/m F) is optioneel en dient ter onderbouwing van de classificatie.
7.1 Classificatie 1 – Rood (Ernstig)
Een constatering met classificatie 1 (rood – ernstig) duidt op een situatie waarbij: - het gevaar voor letsel voortdurend aanwezig is, of - sprake is van schade met verstrekkende gevolgen.
Actie en hersteltermijn: - Er moeten direct maatregelen worden genomen - De constatering dient mondeling en schriftelijk te worden gemeld - De installatie of het betreffende installatiedeel moet direct worden veiliggesteld of verholpen
Richttermijn herstel: - Direct
7.2 Classificatie 2 – Oranje (Serieus)
Een constatering met classificatie 2 (oranje – serieus) betreft een situatie waarbij bij één voorzienbare gebeurtenis of één enkele fout: - gevaar voor blijvend of onherstelbaar letsel kan ontstaan, of - sprake kan zijn van schade met aanzienlijke gevolgen.
Actie en hersteltermijn: - Schriftelijk vastleggen in het inspectierapport - Herstel binnen een overeengekomen termijn
Richttermijn herstel: - Binnen 3 maanden
7.3 Classificatie 3 – Geel (Gering)
Een constatering met classificatie 3 (geel – gering) betreft een situatie waarbij: - gevaar voor herstelbaar letsel kan ontstaan, of - schade kan optreden met beperkte gevolgen.
Actie en hersteltermijn: - Schriftelijk vastleggen in het inspectierapport - Herstel binnen een overeengekomen termijn
Richttermijn herstel: - Binnen 3 maanden
7.4 Classificatie 4 – Blauw (Nihil / Opmerking)
Een constatering met classificatie 4 (blauw – nihil / opmerking) betreft een situatie waarbij: - sprake is van minimaal gevaar, of - niet wordt voldaan aan uitgangspunten van standaarden, - zonder dat dit onder normale bedrijfsomstandigheden leidt tot gevaar of schade.
Actie en hersteltermijn: - Vastleggen in het inspectierapport indien overeengekomen - De constatering leidt niet tot afmelding van de inspectie met constateringen
Richttermijn herstel: - Niet van toepassing (advies / aandachtspunt)
7.5 Verantwoordelijkheid en opvolging
· De installatie‑eigenaar is te allen tijde verantwoordelijk voor het herstel van constateringen
· Een installatie waarbij uitsluitend constateringen met classificatie 4 (blauw) zijn vastgesteld, wordt afgemeld zonder constateringen
· Constateringen buiten de scope van de inspectie worden niet geclassificeerd
8. Uitleg en opvolging van constateringen
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd wat de constateringen uit een Scope 8 inspectie betekenen en wat er van u wordt verwacht als eigenaar of gebruiker van de elektrische installatie. Deze uitleg is bedoeld voor lezers zonder technische achtergrond.
8.1 Wat is een constatering?
Tijdens de inspectie beoordeelt de inspecteur of de elektrische installatie veilig is. Wanneer iets niet voldoet aan de veiligheidsnormen of een risico kan vormen, wordt dit vastgelegd als een constatering.
Een constatering betekent dus: - dat een onderdeel onveilig is, of - dat het onveilig kan worden als er niets wordt gedaan, of - dat het afwijkt van de geldende regels, maar (nog) geen direct gevaar vormt.
8.2 Wat betekenen de kleuren en classificaties?
Om duidelijk te maken hoe ernstig een constatering is, gebruikt SCIOS een kleur- en cijfersysteem. Hoe roder de kleur, hoe urgenter de actie.
Rood (Classificatie 1 – Ernstig)
Er is direct gevaar. De installatie (of een deel ervan) is onveilig.
👉 Er moet onmiddellijk worden ingegrepen.
Oranje (Classificatie 2 – Serieus)
Er is nu nog geen direct gevaar, maar bij een fout of defect kan wel ernstig letsel of schade ontstaan.
👉 Herstel is verplicht binnen korte termijn.
Geel (Classificatie 3 – Gering)
Het risico is beperkt, maar de situatie voldoet niet aan de veiligheidsregels.
👉 Herstel wordt verwacht, meestal binnen enkele maanden.
Blauw (Classificatie 4 – Nihil / Opmerking)
Dit is een aandachtspunt of verbeterpunt zonder direct veiligheidsrisico.
👉 Herstel is niet verplicht, maar kan worden meegenomen bij onderhoud.
8.3 Wat moet u als eigenaar of gebruiker doen?
Als eigenaar of gebruiker van de installatie bent u verantwoordelijk voor het opvolgen van de constateringen.
Concreet betekent dit: - Rood: direct actie ondernemen en de installatie (of het betreffende deel) veilig laten stellen - Oranje / Geel: herstel laten uitvoeren binnen de aangegeven termijn - Blauw: beoordelen of en wanneer verbetering wenselijk is
Na herstel kan een herinspectie nodig zijn om vast te stellen dat de installatie weer veilig is.
8.4 Waarom is opvolging belangrijk?
Het tijdig opvolgen van constateringen: - verkleint de kans op elektrische ongevallen - voorkomt bedrijfsschade of uitval - vermindert aansprakelijkheidsrisico’s - voldoet aan eisen van verzekeraars en wetgeving
Door herstelmaatregelen serieus en tijdig uit te voeren, blijft uw elektrische installatie veilig en betrouwbaar.
9. Herinspectie en opvolging
Na herstel van geconstateerde afwijkingen dient er één van de twee onderstaande opvolgingen plaatsvinden om tot een goedkeuring te komen:
· Herinspectie op locatie of
· Verificatie van herstel (ook wel administratieve herinspectie genoemd)
(dit vindt plaats op basis van beoordeling van bewijslast zoals foto’s)
Het wijzigen van een verklaring met constateringen naar een verklaring zonder constateringen moet binnen een (1) jaar na inspectiedatum plaatsvinden. Een rapportage met gebreken verliest zijn geldigheid 1 jaar na afronding inspectiewerkzaamheden. De consequentie hiervan is dat de inspectie in zijn geheel opnieuw moet worden uitgevoerd.
Het bepalen van de tijd tussen twee opeenvolgende inspecties van elektrische installaties gebeurd aan de hand van bijlage I uit de NEN3140.
De frequentie van inspecties wordt mede bepaald door:
· Type gebruik
· Risicoprofiel
· Leeftijd van de installatie
Gebruikelijk is een herhaling eens per 3 tot 5 jaar.
10. Samenvatting
Een SCIOS Scope 8 inspectie biedt inzicht in de elektrische veiligheid van een gebouw en helpt risico’s beheersbaar te maken. Door een gestructureerde inspectie, objectieve rapportage en duidelijke opvolging draagt Scope 8 bij aan een veilige werkomgeving en het voldoen aan zorgplichten.
11. Spanningsloos maken van de installatie
Het is voor het beoordelen van de elektrische beveiligingstoestellen en de bedrading van belang dat er een volledige inspectie uitgevoerd kan worden. Hiervoor dienen alle gebouwen, ruimten en schakelkasten / verdeelinrichtingen / groepenkasten toegankelijk te zijn.
Voor het uitvoeren van metingen is het noodzakelijk dat de elektrische installatie (schakelkast / verdeelinrichting / groepenkast) enige tijd spanningsloos worden gemaakt. Dit in verband met het veilig kunnen uitvoeren van de visuele controle, en het uitvoeren van metingen en beproevingen. Het uitschakelen van elektrische installaties (of delen ervan) gebeurt in overleg met de gebruiker ter plaatse.
Het is aan de opdrachtgever om zorg te dragen, dat de elektrische arbeidsmiddelen en toestellen uitgeschakeld kunnen worden. Winter Elektra Inspecties is niet verantwoordelijk voor gevolgschade die voortkomt uit het inschakelen of uitschakelen van de installaties.
Indien gebouwen, ruimten of technische installaties niet toegankelijk zijn of niet spanningsloos gemaakt kunnen worden, dan kan de inspectie niet worden afgerond, kan er geen inspectierapport worden gemaakt en kan de installatie niet worden afgemeld op het SCIOS portaal. Daarmee wordt niet voldaan aan de eisen van de verzekeraar.
Wij verzoeken u daarom de inspectie voor te bereiden en er zorg voor te dragen:
• dat alle gebouwen en ruimten toegankelijk zijn;
• dat schakelkasten / verdeelinrichtingen / groepenkasten toegankelijk zijn;
• dat uw organisatie is geïnformeerd over en voorbereid is op het afschakelen van de spanning.
Dit document is bedoeld als algemene, informatieve beschrijving van een SCIOS Scope 8 inspectie.
Bron: SCIOS TD12 en IB22